Seizoenswerk

In de wijngaard wordt het hele jaar door gewerkt en al is de oogsttijd het meest bekend, de werkzaamheden beginnen in januari/februari.

In de winterperiode, meestal rond januari, wordt gestart met de wintersnoei.  Overbodige takken worden weggeknipt tot er (per plant) 3 of 4 gezonde takken over zijn. En van de takken wordt (later) aangebonden (de andere dienen als reserve, bijvoorbeeld bij schade door nachtvorst), waar in het voorjaar de uitlopers uit groeien.

Als de uitlopers voldoende gegroeid zijn worden ze in het voorjaar vastgezet zodat ze (door de wind) niet kunnen breken. Per tak laten we ongeveer 7 scheuten staan. Afhankelijk van het druivenras en de weersomstandigheden bloeien de planten vanaf begin tot eind juni. Bij hele rijke bloei is het verstandig om te krenten (daar hebben wij nog geen ervaring mee) zodat de trossen niet te dicht worden.

In de zomermaanden wordt er weer gesnoeid; als de scheuten lang genoeg zijn dan worden ze getopt. Scheuten die minder goed ontwikkeld zijn worden gesnoeid, ook een teveel aan blad wordt verwijderd (per tros blijven er ongeveer 7 bladeren). Het doel is om de loofwand (de scheuten met hun blad) luchtig te houden zodat de wind er goed doorheen kan blazen. Vocht en weinig zonlicht verhogen de kans op zieke=beschimmelde trossen. De trossen hoeven overigens niet pal in de zon te hangen !

In de nazomer wordt het teveel aan trossen gedund zodat de rest beter kan afrijpen voor een betere kwaliteit wijn. Eventueel wordt nog blad verwijderd. In 2008 moesten we in juli/augustus heel veel wespenvallen ophangen en in september en oktober ging de vogelafweer (geluid) in werking. Uiteindelijk hebben we een aantal rijen moeten voorzien van netten. De wespenvallen hebben we elk jaar nodig; in 2010 en 2011 is de vogelafweer (geluid) echter niet gebruikt, wel hebben we een aantal rassen preventief van netten voorzien.

Het oogstmoment is van vele factoren afhankelijk maar vindt in principe plaats vanaf medio september tot eind oktober. Oogsten betekent ook de start van de werkzaamheden in de wijnkelder....

Ondertussen is het zaak onkruid (niet gewenst) en ondergroei in de gaten te houden, evenals plaaginsecten, loslopende konijnen, hazen, reen, kippen, woelmuizen, spreeuwen en diverse schimmelsoorten. U ziet het : wijngaardenier is een uitdagend vak.